Skip to Content
Log in om een vraag te stellen.

Hoe kan men het preventieve effect tov verkoudheden verklaren bij toediening van probiotica?

Zowel dierexperimentele als humane modellen wijzen op een beïnvloeden van de immuunactiviteit bij toedienen van bepaalde probiotica. Een sluitende verklaring is nog niet gevonden vermits het over aspecifieke immuniteit gaat (in tegenstelling met specifieke vaccinatie). Zowel humorale (productie van IgG) als cellulaire componenten (T-lymfocyten, lymfocyten, monocyten, macrofagen, dendritische cellen, humane intestinale mucosacellen) spelen mogelijks een rol. De cellulaire component zorgt onder andere voor productie van cytokines die ons afweermechanisme moduleren.

 

Verdieping stap 1: klinisch onderzoek
 
Bij het intikken van ‘probiotics’ gecombineerd met ‘immunologic’ krijgen we 344 referenties waaronder 59 klinische studies. Ze allemaal bespreken zou ons te ver voeren. We pikken er de studie van de Vrese et al. (2005) uit. Ze is van toepassing op Omnibionta 3, een vitaminen en mineralen combinatie, aangevuld met 3 probiotica: Lactobacillus gasseri, Bifidobacterium longum, Bifidobacterium bifidum. Omnibionta 3 is een voedingssupplement en heeft niet het statuut van geneesmiddel.
Hoger genoemde gerandomiseerde, dubbelblinde studie vergelijkt het effect van het preparaat met of zonder probiotica op verkoudheden bij volwassen patiënten. De studie is van degelijke kwaliteit: zowel patiënten (in- en exclusiecriteria), eindpunten (primair en secundaire) als samenstelling van het preparaat worden uitvoerig beschreven. De studie omvat ook flow cytometrie (o.a. leukocyten en lymfocyten) en identificatie van infecterende virussen met PCR (Polymerase Chain Reaction). Diagnostische criteria zijn transparant. Een ‘power’ berekening werd uitgevoerd om vooraf het aantal patiënten te kennen dat nodig was om betrouwbare resultaten te bekomen. De studie liep over twee winters. Patiënten namen het preparaat gedurende minstens 3 maanden.
Er werd net geen significantie bereikt voor de primaire uitkomst (totaal symptoomscore; P < 0.056). Enkele secundaire uitkomsten verschilden wel significant in het voordeel van het preparaat met probiotica. Het ging meer bepaald over faryngeale en bronchiale symptomen en het aantal dagen met koorts. Het aantal dagen met symptomatische verkoudheden verminderde: 7 tegenover 8.9 (P = 0.045). Enkel de uitkomst voor het primaire eindpunt heeft bewijskracht, omdat de studie net voor dat primair eindpunt ontworpen werd. Secundaire eindpunten hebben een indicatieve waarde, maar we kunnen de resultaten niet als bewezen beschouwen.
 
In een ander onderzoek werden 7 diverse probiotica getest op hun immunogeen vermogen bij gezonde volwassenen (n = 83). Serum IgG steeg signicant, maar enkel onder invloed van Bifidobacterium lactis en Lactobacilus acidophilus ten opzichte van placebo. De deelnemers namen de probiotica gedurende 21 dagen en kregen gedurende die tijd tweemaal een oraal choleravaccin toegediend (Paineau et al. 2008).
 
We nemen nog een drie-armige placebo gecontroleerde studie met kinderen (3-5 jaar) onder de loepe. De patiëntjes waren gezond en vrij van enige restrictie wat voeding betreft. Ze kregen gedurende 6 maanden ofwel placebo, een preparaat met Lactobacillus acidophilus of een combinatie van L. acidophilus met Bifidobacterium animalis. Primaire uitkomst bestond uit het aantal en de duur van de gerapporteerde ziektesymptomen tijdens het gebruik van de preparaten. Gebruik van probiotica verminderde het risico op een infectie significant met 45% (L. acidophilus: P = 0.045) en 50% (combinatiepreparaat L. acidophilus + B. animalis: P = 0.04). Ook deze studie voldoet aan de meeste kwaliteitseisen (Leyer et al. 2009).
 
Algemeen mogen we stellen dat bepaalde probiotica mogelijks het afweersysteem beïnvloeden, zonder van spectaculaire resultaten te spreken. Het gebruik van probiotica lijkt geen bijzondere risico’s met zich mee te brengen. Er is zeker nog plaats voor verder klinisch onderzoek. Bij het beoordelen van studies vergelijken we de aard van het gebruikte preparaat met wat ons eventueel wordt aangeboden en naar de algemene kwaliteit van de studie.
 
Verdieping stap 2: werkingsmechanismen
 
Oelschlaeger (2010) geeft een overzicht van mogelijke werkingsmechanismen van probiotica zonder evenwel specifieke stammen te belichten.
Wat immunomodulatie betreft kunnen we de probiotische micro-organismen beschouwen als ‘snuffelaars’ die antigenen oppikken om ze vervolgens aan te bieden aan immunologisch actieve cellen (bijvoorbeeld dendritische cellen) en daardoor immunologische activiteit de moduleren onder andere door rijping van CD4-T cellen tot T-helper cellen. Vermoedelijk oefenen probiotica ook een invloed uit op de productie van cytokines zoals de interleukines.
Referenties: 

Bijkomende literatuur

 
De Vrese M, Winkler P, Rautenberg P, Harder T, Noah C, Laue C. et al. Effect of Lactobacillus gasseri PA 16/8, B. Bifidum MF 20/5 on common cold episodes: a double blind randomized, controlled trial. Clinical nutrition 2005; 24: 481-491.
 
Leyer GJ, Li S, Mubasher ME., Reifer C, Ouwehand AC. Probiotic effects on cold and influenza-like symptoms incidence and duration in children. Pediatrics 2009; 124: e172-e179.
 
Oelschlaeger TA. Mechanisms of probiotic actions – A review. International J. of Medical Microbiology 2010; 300: 57-62.
 
Paineau D, Carcano D, Leyer G, Darquy S, Alyanakian M-A, Simoneau G. Effects of seven potential probiotic strains on specific immune responses in healthy volunteers: a double-blind, randomized, controlled trial. FEMS Immunol. Med. Microbiol. 2008; 53: 107-113.

AUTEUR

Prof. G. Laekeman

KULeuven

 


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie Preparaten met werking op de intestinale flora

Expert: 
gela0007