Mag een fyto-oestrogeen preparaat in alle omstandigheden veilig afgeleverd worden bij menopauzale klachten, zoals een firma beweert bij de lancering van een vernieuwd preparaat
Dit blijft een moeilijke vraag, waarvoor er vandaag geen eensluidend antwoord bestaat.
De discussie rond het gebruik van isoflavones en een verhoogd risico naar de ontwikkeling van oestrogeengevoelige kankers ligt nog steeds open.
Hoewel niet expliciet vermeld in de vraag,wordt naar alle waarschijnlijkheid het product "Menohop" bedoeld met als actieve component het 8-prenylnaringenine. Hiervoor werd inderdaad een studie uitgevoerd bij 50 menopausale vrouwen waarbij 2x de normale dosering werd gegeven (de normaal aanbevolen dagelijkse dosis bedraagt 100 µg) en de invloed op het endometrium werd nagegaan. Het is vooral t.h.v. de baarmoeder dat een potentieel verhoogd risico voor ontwikkeling van tumoren wordt vermoed. Er werd hierbij geen effect teruggevonden wat er op zou wijzen dat de oestrogene werking t.h.v. de baarmoeder zeer beperkt tot onbestaand zou zijn en bijgevolg geen verhoogd risico zou inhouden. In een andere studie werd bij toediening van 300 µg eveneens geen (oestrogeen) effect waargenomen t.h.v. de borsten. Op basis van deze beperkte studies zou dus blijken dat het betrokken product veilig is.
Andere studies met isoflavones (op basis van een soja-preparaat) wijzen dan weer wel op een waarneembare oestrogene werking t.h.v. de borsten. Dit brengt ons tevens tot de moeilijkheid dat men niet alle isoflavones als equivalent kan beschouwen. De actieve component in "Menohop" is eigenlijk een geprenyleerde vorm van de isoflavones die men aantreft in soja, zoethout, rode klaver, ... met andere bindingskarakteristieken voor de oestrogeenreceptoren. Afhankelijk van het bestudeerde weefsel ligt de bindingscapaciteit in vergelijking met b-oestradiol 5 - 100x lager.
Op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegegevens heeft de "Plantencommissie" daarom beslist om de dagelijkse inname van isoflavones te beperken tot 40 mg/dag (uitgedrukt als glycoside equivalenten van het belangrijkst aanwezige isoflavone) en dit van preparaten op basis van hop tot 400 µg prenylnaringenine. Deze hoeveelheden zouden geen risico inhouden.
Een eensluitend antwoord zal slechts kunnen bekomen worden na uitvoeren van meer uitgebreide studies. Op basis van de huidige gegevens kan er geen eensluitend antwoord worden gegeven, noch in de ene noch in de andere zin.
Op dit ogenblik kan men stellen dat dergelijke preparaten zeker een hulp kunnen bieden en er tot nu toe geen indicaties zijn voor een verhoogd risico in de hogergenoemde doseringen. Dit zeker bij de normale patiëntengroep. Bij een duidelijke voorgeschiedenis van oestrogeengevoelige tumoren zou ik deze preparaten (en elk preparaat met oestrogeenwerking overigens) toch met de nodige voorzichtigheid gebruiken.
Auteur
Prof. Dr. K. Demeyer
VUB-FAFY
Datum laatste actualisatie: 16 juli 2011
Contacteer IPSA



