Skip to Content
Log in om een vraag te stellen.

R/ acetylcysteïne 600 mg S/ 3 maal per dag 1 zakje Na contact arts: tegen de ziekte van Südeck. Werkingsmechanisme/therapieduur/wanneer effect? Tevens schrijft hij ook nog Cwill voor: enig idee waarom?

Syndroom van Südeck of Complex Regional Pain Syndrome type I (CRPS I) is een pijnlijke ziekte met uiteenlopende klinische symptomen dat wordt gemedieerd door een reeks van factoren. Zowel 50% DMSO in vette crème als orale N-acetylcysteïne worden effectief bevonden in de behandeling van CRPS I. Ze zouden vrije radicalen vangen die vrijkomen bij de inflammatoire reactie bij deze ziekte. Twee gerandomiseerde klinische studies hebben aangetoond dat vit. C een profylactisch effect heeft op het ontstaan van CRPS na een polsbreuk. Wel dient opgemerkt te worden dat zowel voor de pathofysiologie, diagnostiek, epidemiologie, preventie als (para)medische en psychologische behandeling de huidige kennis slecht onderbouwd is. Zowel acetylcystïne als ascorbinezuur worden off-label gebruikt bij de ziekte van Sudeck.

Verdieping

Pathologie:
Syndroom van Südeck of Complex Regional Pain Syndrome type I (CRPS I) is een verzameling van lokaal optredende pijnlijke condities volgend op een trauma, die zich voornamelijk distaal uiten en in ernst en duur het verwachte klinisch beloop van de oorspronkelijke trauma overtreffen, veelal resulterend in een aanzienlijke beperking van de motoriek, daarbij gekenmerkt door een variabele vooruitgang in de loop van de tijd. Het is een pijnlijke ziekte met uiteenlopende klinische symptomen. Ze tast meestal de voeten, de handen of de schouders aan; ook andere gewrichten kunnen getroffen worden. De oorzaak is nog onbekend. Tien procent van de vastgestelde algodystrofieën evolueren naar een chronische vorm. De meest voorkomende factor is een trauma, een verwonding (vb. verbrijzeling van een lidmaat, breuk, luxatie, verstuiking, verbranding, kneuzing,…). Over de pathofysiologie van CRPS-I is echter nog niet veel gekend. Er kan een onderscheid worden gemaakt in perifeer afferente, efferente en centrale mechanismen. De conclusies van het uitgevoerde onderzoek zijn vaak interpretaties van waarnemingen en moeten met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd. Perifeer afferente mechanismen die beschreven zijn, zijn inflammatie, neuro-inflammatie en weefselhypoxie. Er zijn anatomische veranderingen vastgesteld. Er zijn aanwijzingen voor een immunologische verworven en/of genetische vatbaarheid bij het ontstaan van CRPS-I. Perifeer efferente mechanismen die beschreven zijn, zijn vasomotorische en sudomotorische veranderingen, veranderingen op transmitterniveau en veranderingen op receptorniveau. Centrale mechanismen die beschreven zijn, zijn functionele veranderingen, motorische, sensibele, veranderingen.

In de evolutie van CRPS onderscheidt men klassiek drie stadia:

  • Stadium I of de warme fase: Wordt gekenmerkt door ernstige en brandende pijn, geassocieerd met zwelling en roodheid, die door beweging en oefening erger wordt.
  • Stadium II of de koude fase : De huid verschrompelt en wordt bleek met een gevoel van koude. Het oedeem verspreidt zich en wordt steeds erger. Soms is er een verlies van de lichaamsbeharing en/of de nagels. Er vestigt zich een osteoporose, het gewricht zwelt op en de spieren necrotiseren.
  • Stadium III of de stabiliseringfase: De pijn verdwijnt geheel of gedeeltelijk. De symptomen worden uiteindelijk onomkeerbaar met sterke verzwakking van de spieren. De gewrichten van de voet of de hand worden extreem zwak; ze hebben een beperkte beweeglijkheid.

Therapie:
Algemene therapie, zoals weergeven in de richtlijnen van BMC Neurology (2010) is als volgt:

 

Symptoom

Therapie

Extra

Pijn

WHO pijnladder t.e.m. stap II aan te bevelen
Uitz.: sterke opioïden.

Nog onvoldoende evidentie

Neuropatische pijn

antiepileptica (gabapentine)
& tricyclische antidepressiva (amitriptyline of nortriptyline)

Nog onvoldoende evidentie.
Indien de proefperiode van 8 weken geen duidelijke reductie van de pijnklachten of hyperesthesie oplevert, dient gabapentine te worden gestaakt.

Inflammatie

vrije radicalen scavengers (dimethylsulfoxide of N-acetylcysteïne)

Evidentie (Perez et al., 2003)

Perifere bloedstroming

Vasodilatoren

Nog onvoldoende evidentie

Functionele beperkingen

Fysiotherapie en ergotherapie

Nog onvoldoende evidentie

 

Behandeling van koude CRPS I met 50% DMSO lijkt afgeraden, zodat N-acetylcysteïne 3xpd 600 mg gedurende drie maanden als voorkeursbehandeling wordt overwogen. Warm CRPS I patiënten hebben echter meer baat bij een behandeling met een vette crème met 50% dimethylsulfoxide (DMSO) (4xpd) tot een verbetering van pijn en inflammatoire symptomen.

Mechanisme:

De scavengers therapie is gebaseerd op de veronderstelling dat CRPS-I veroorzaakt wordt door een overdreven inflammatoire reactie op weefselbeschadiging, gemedieerd door een overmatige productie van zuurstofradicalen. Verschillende studies beschreven het effect van weefselhypoxie, veroorzaakt door een dysfunctie van het endotheel, die leidt tot een hoge zuurstoftoevoer, toegenomen vasculaire permeabiliteit en verhoogde zure fosfatase activiteit, gekende triggers voor primaire afferenten om ernstige pijnsensaties te veroorzaken. Voor N-acetylcysteïne is aangetoond dat het direct hydroxylradicalen, waterstofperoxide en hypochloorzuur kan reduceren en de anti-inflammatoire activiteit wordt toegewezen aan de verminderende vrijgaven van de pro-ontstekingsmediator, TNF. Bovendien wordt de cysteïne groep in N-acetylcysteïne losgekoppeld in de darm waar het dient als een prodrug voor de ontwikkeling van gluthatione (GSH), en dus indirect antioxidatieve effecten heeft.

Polsfracturen worden beschouwd als een typische aanleidende trauma voor CRPS, hoewel de gemelde incidenten na een polsbreuk globaal variëren tussen 1% en 37%.Vitamine C zou de lipide peroxidatie verminderen, hydroxyl-radicalen verwijderen, het capillaire endotheel beschermen en de vasculaire permeabiliteit tegenhouden. Met andere woorden, er wordt een antioxidatieve rol toegeschreven aan vit.C. Er werd aangetoond dat de behandeling met 500 mg vitamine C gedurende vijftig dagen na een polsbreuk, in vergelijking met placebo, verminderd risico zou geven op reflex sympathische dystrofie bij patiënten met polsfracturen.

Men dient echter te vermelden dat het gebruik van N-acetylcysteïne bij CRPS buiten de vermelde indicaties valt. De bijsluiter beschrijft 3 therapeutische indicaties namelijk chronische bronchitis, mucoviscidose, acute aandoeningen van de luchtwegen

Ook het gebruik van C-Will (vitamine C) wordt bij de behandeling van CRPS off-label gebruikt. De bijsluiter vermeldt de behandeling en preventie van toestanden van een tekort aan vitamine C als gevolg van een toegenomen behoefte of een onvoldoende opnamen, als therapeutische indicatie.

Referenties: 

[1] The International Association for the Study of Pain via http://www.iasp-pain.org (laatst geraadpleegd: 21/12/2011)

[2] Stanton-Hicks M, Janig W, Hassenbusch S, Haddox JD, Boas R, Wilson P. Reflex sympathetic dystrophy: changing concepts and taxonomy. Pain. 1995; 63(1):127-33.

[3] Zollinger PE, Tuinebreijer WE, Breederveld RS, Kreis RW. Can vitamin C prevent complex regional pain syndrome in patients with wrist fractures? A randomized, controlled, multicenter dose–response study. J Bone Joint Surg Am 2007; 89: 1424–1431.

[4] Zollinger PE, Tuinebreijer WE, Kreis RW, Breederveld RS. Effect of vitamin C on frequency of reflex sympathetic dystrophy in wrist fractures: a randomised trial. Lancet. 1999; 354: 2025–2028.

[5] Perez RS, Zuurmond WW, Bezemer PD. The treatment of complex regional pain syndrome type I with free radical scavengers: a randomized controlled study. Pain. 2003; 102: 297–307.

[6] Perez RS, Zollinger PE, Dijkstra PU, Thomassen-Hilgersom Il and  Zuurmond WW, Rosenbrand KCJ, Geertzen JH. Evidence based guidelines for complex regional pain syndrome type 1. BMC Neurology. 2010, 10:20

[7] de Mos M, Sturkenboom MC, Huygen FJ. Current understandings on complex regional pain syndrome. Pain Pract. 2009; 9(2):86-99.

[8] FAGG Bijsluiters voor het publiek en samenvattingen van de kenmerken van het product (SKP’s): C-will en acetylcysteïne

Auteurs

Apr. Martina Stepkova & Prof. Dr. Apr. Sophie Sarre

Datum laatste actualisatie: 21 december 2011

Expert: 
sopse2321