Skip to Content
Log in om een vraag te stellen.

Hoe relevant is de degradatie van corticosteroïden door zink oxide

Uit de (beperkte) literatuur over dit onderwerp blijkt dat formulering van corticosteroïden in combinatie met zinkoxide voor stabiliteitsproblemen kan zorgen. Of er degradatie optreedt en hoe groot die degradatie is, is afhankelijk van tal van factoren (type corticosteroïd, hydrofobe/hydrofiele basis, …) en dient dus formulatie per formulatie onderzocht te worden. Wanneer u in de apotheek een voorschrift voor een corticosteroïd + ZnO bereiding ontvangt, raden wij u aan de arts te contacteren om hem te informeren over het mogelijke stabiliteitsprobleem en te bespreken of monotherapie met enkel het corticosteroïd of enkel het zinkoxide niet volstaat.

Wat zegt de literatuur?

In de literatuur zijn over dit onderwerp slechts 3 studies terug te vinden:

  • Timmins & Gray (1983) onderzochten de stabiliteit van hydrocortisone in een zinkoxide-lotion (= 0.1% hydrocortisone, 20% ZnO). Na 2 weken bewaring bij kamertemperatuur was 10% van de hydrocortisone gedegradeerd. Na 5 dagen bij 50°C werd een verlies van 25% vastgesteld. De auteurs probeerden de stabiliteit te verbeteren door pH-aanpassing en door toevoeging antioxidantia en chelatoren maar dit bleek niet doeltreffend.
  • Barnes et al. (1991) bestudeerden de stabiliteit van enkele corticosteroïd-zalven 1:10 verdund met een zinkoxide-pasta (= 25% ZnO, 25% zetmeel, 50% vaseline). Men stelde vast dat fluocinolone acetonide het minst stabiel was (66% gedegradeerd na 7 dagen bewaring bij 25°C). Betamethasone-17-valeraat en fluocinonide waren matig stabiel (35 à 40% afbraak na 7 d bij 25°C), en betamethasone-dipropionaat was het meest stabiel (7% afbraak na 7 d bij 25°C). 
  • Gander (1991) onderzocht de stabiliteit van verschillende corticosteroïden (2.5% hydrocortisone, 2.5% hydrocortisone-acetaat, 0.5% prednisolone en 0.5% prednisolone- acetaat) verwerkt in een ZnO-houdende hydrofiele pasta (= 40% ZnO, 15% propyleenglycol, 45% HPC gel) en in een ZnO-houdende hydrofobe zalf (= 5% ZnO, 10% bijenwas, 10% paraffine, 75% amandelolie). Stalen werden bewaard bij 20°C en bij 37°C, gedurende 28 dagen (hydrocortisone en prednisolone) of 6 maand (hydrocortisone-acetaat, prednisolone- acetaat). Hydrocorticone en prednisolone bleken vrij onstabiel in de hydrofiele pasta na 28d bij 37°C, terwijl er in de hydrofobe zalf tijdens die periode geen degradatie was opgetreden. De acetaat-esters bleken vrij stabiel te zijn: hydrocortisone-acetaat vertoonde een verlies van 8% na 6 maand bij 37°C in de hydrofiele pasta, voor prednisolone-acetaat was het verlies iets groter (17% na 6 maand bij 37°C). Voor beide esters werd geen degradatie vastgesteld in de hydrofobe zalf. De auteur besluit uit deze resultaten dat corticosteroïd-esters verwerkt kunnen worden met zinkoxide in zowel een hydrofobe zalf als in een hydrofiele pasta, maar in het geval van de hydrofiele pasta moet de bewaartermijn beperkt worden tot 4 maanden bij kamertemperatuur.

N.B.: In geen enkel van deze 3 artikels wordt een duidelijke verklaring voor de degradatie gegeven.

Besluit?

Uit bovenstaande studies blijkt dat formulering van corticosteroïden in combinatie met zinkoxide voor stabiliteitsproblemen kan zorgen. Of er degradatie optreedt en hoe groot die degradatie is, is afhankelijk van tal van factoren (type corticosteroïd, hydrofobe/hydrofiele basis, …) en dient dus formulatie per formulatie onderzocht te worden. Daarom is het aangeraden om zoveel mogelijk met formulariumbereidingen (TMF, FNA, DAC) te werken, in plaats van met “zelf-ontwikkelde” formules. Formulariumbereidingen worden immers tijdens hun ontwikkeling aan een stabiliteitstest onderworpen en zijn dus gegarandeerd stabiel.
Wanneer u in de apotheek een voorschrift voor een corticosteroïd + ZnO bereiding ontvangt, raden wij u aan de arts te contacteren om hem te informeren over het mogelijke stabiliteitsprobleem en te bespreken of monotherapie met enkel het corticosteroïd of enkel het zinkoxide niet volstaat. In TMF, FNA noch DAC staat immers een formule die de combinatie corticosteroïd plus ZnO bevat.

Referenties: 
  • Timmins & Gray (1983). Degradation of hydrocortisone in a zinc oxide lotion. J Clin Hosp Pharm 8(1):79-85.
  • Barnes et al. (1991). Stability of steroid ointments diluted with compound zinc paste BP. J Clin Pharm Ther 16(2):103-109.
  • Gander (1991). Stability of corticosteroids in zinc oxide-containing hydrophilic paste and lipophilic ointment. Eur J Pharm Biopharm 37(1):64-68.

Auteurs:
Dr. apr. Els Mehuys (UGent)
Prof. dr. apr. Jean-Paul Remon (UGent)

Datum laatste actualisatie: 16 december 2011

Expert: 
elsms0196